november 04, 2002
Gezocht:'preferred distributor' voor tv-zender

Onderstaand artikel is eerder verschenen bij Delijst.net, op 15 april 2002.

Vorige week was het Vara-programma Zembla al via internet te zien voordat het op televisie was. Opmerkelijker dan die tijdsplanning is de wijze waarop het programma verspreid werd: via p2p-netwerk Kazaa. Voor de Vara is dit wellicht incidenteel, in de Verenigde Staten lijkt een wat structurelere ontwikkeling gaande te zijn op dit gebied.

Een jaar lang volgde de Vara(/NPS) het bedrijf achter Kazaa, van werkkamer tot rechtzaal. De documentaire die daarvan gemaakt werd, was een dag voor de uitzending al verkrijgbaar op internet; in zijn geheel te downloaden via het p2p-netwerk van Kazaa.

Via de site van Zembla is het programma on demand te bekijken maar zal ook te downloaden blijven van de vele internetters die de uitzending van elkaar downloaden. Althans, als de Kazaa-gebruikers meewerken en een Divx van 58 megabyte op de harde schijf laten staan.

Als p2p-distributie van tv-programma's dé distributiestandaard zou zijn, zouden televisiezenders aanmerkelijk minder bandbreedtekosten hebben, een interessante gedachte. Een tegenargument is echter dat de beschikbaarheid op p2p-netwerken niet gegarandeerd is.

Peer-to-peer-distributie kan voor televisiezenders een ware uitkomst betekenen bij 'breaking news'. Denk eens terug aan de periode rond 11 september 2001. Videomateriaal over de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten was amper te bekijken op de nieuwssites. Dagen achter elkaar was de vraag naar de videostreams groter dan de servers aankonden.

Het motto van p2p-programma Morpheus leek uitkomst te bieden: 'Be the media'. Op de momenten dat nieuwssites amper bereikbaar waren, waren de eerste filmpjes over de aanslagen wél te downloaden via Morpheus. Internetters deelden bestanden met elkaar. Hoe meer er gedeeld werd, hoe sneller ze zich verspreidden.

Er valt dus iets te zeggen voor het verspreiden van beeldmateriaal van televisiezenders via p2p-netwerken. Toch staat een aantal zaken zo'n overstap in de weg. Zo moet duidelijk zijn hoe het te downloaden bestand heet. Er zullen versies ontwikkeld moeten worden voor smalband- en breedbandinternetters en ook korte samenvattingen met alleen hoogtepunten uit de uitzending zou een gemak zijn dat de internettende mens dient.

Als laatste zullen omroepen een 'preferred distributor' moeten kiezen. Met het grote aantal p2p-programma's dat voorhanden is, zal voor de internetkijker duidelijk moeten zijn bij welk netwerk hij terecht kan. De voorkeur gaat daarbij, logischerwijs, uit naar een programma dat downloaden uit meerdere bronnen mogelijk maakt. Dit om bestanden zo snel mogelijk via een zo groot mogelijke bandbreedte te transporteren. Zo'n netwerk zal, voor alle duidelijkheid, ook duidelijk ethische stellingen in moeten nemen tegenover zaken die niet alle netvliezen kunnen verdragen: content filters.

Een bedrijf dat zich tot zo'n 'preferred distributor' lijkt te ontwikkelen, is het Amerikaanse Brilliant Digital Entertainment. Het bedrijf verspreidde (een deel van) zijn p2p-software als parasiet bij iedere download van het programma van Kazaa, zonder dat de Kazaa-downloaders dat wisten. Binnenkort wordt het hele programma geactiveerd.

Brilliant Digital Entertainment stelt zich met zijn p2p-programma, Altnet, tussen de internettende consument en de muziek- en filmindustrie. Tegen de vermaaksindustrie zegt het: 'Wij bieden toegang tot miljoenen consumenten en jullie kunnen de encodering van de producten bepalen, je mag geld voor je maaksels vragen'. Tegen de consument zegt het: 'Kijk, bij iedere zoekopdracht op Kazaa krijg je ook de mogelijkheid legaal films en muziek te downloaden, tegen betaling uiteraard'.

Altnet biedt gedistribueerde toegang tot opslagmogelijkheid, bandbreedte, processorkracht en beschikbaarheid. De internetter kan zelf bepalen of en hoe lang hij zijn harde schijf met de rest van de wereld deelt. Hij zal daarvoor echter wel een of andere vorm van een vergoeding willen krijgen.

Een volgend bedrijf dat een p2p-netwerk commercieel en legaal wil exploiteren, is het Amerikaanse Kontiki. Dit bedrijf van

een aantal oud-Netscapees wil videomateriaal van bedrijven via een p2p-netwerk verspreiden. Ze denken, bijvoorbeeld, verkooppresentaties en -video's op gecontroleerde wijze de wereld in te helpen door XML te combineren met een digital rights management-systeem (DRM).

Ook bij de Amerikaanse publieke omroep PBS is een experiment gaande. PBS start in het najaar van 2002 met een downloadbaar 'televisieprogramma'. Internetters kunnen het programma van de site downloaden. Tevens zijn ze volledig gerechtigd om het via een peer-to-peernetwerk te verspreiden.

De makers van het programma Zembla en de makers van PBS-programma's hoeven zich geen zorgen te maken over of er wel of niet betaald wordt om het programma te downloaden. De betaling heeft al plaats gevonden. De makers zijn reeds uit publieke middelen betaald, een luxepositie waar commerciele omroepen geen aanspraak op kunnen maken.

PBS doet het experiment niet helemaal voor de lol. Al jaren publiceert columnist Robert Cringley op PBS.org wekelijks een column. De relatie naar televisie is er echter nooit geweest, die wordt nu gezocht met de proef die in het najaar start. Op die manier wordt een internetcolumn ook zendtijdvulling.

In een column legt Cringley de bedoeling achter het 'televisieprogramma' uit: '(...) it would be downloaded. And to cut the cost of distribution, this would be what I believe is the first-ever open source TV show. Viewers would be authorized to share it with anyone they like.

The same show would be downloadable in four different versions each week. The first version would be completely unedited (...) The second version would be edited to cover mainly technical issues -- the nerd edition, so to speak. The third version would be edited to cover mainly business issues -- the suit edition. And the last version would be just 2-3 minutes of highlights covering both technical and business material for those who don't want to wait an hour for the bigger download.'

Bandbreedte is geen probleem voor PBS en Cringley. Zijn (enigszins gezaghebbende) column heeft wekelijks honderdduizenden lezers. Onder hen bevindt zich schijnbaar een barmhartige Samaritaan, zijn sponsoraanbod: 'what's on the table right now is an offer for 30 terabytes per month and the server capacity to support that bandwidth. This would be enough for 400,000 downloads per week'.

Een 'preferred distributor' zou uitkomst bieden.

Gepost door erwin op november 04, 2002 09:36 pm | Rubriek: Technologie | TrackBack (0)