|
R-win.com weblog -> Artikelen -> VVOJ
2003 - Training 'Hoor en webhoor'
VVOJ 2003 - Training 'Hoor en webhoor'
Datum: 7 en 8 november van 14:15 tot en met 15:30 Lokatie: Lessius Hogeschool, Korte Nieuwstraat 33, Antwerpen Trainer: Erwin Boogert Omschrijving: Wat valt er over de betrouwbaarheid en autoriteit van een website te vertellen? Wie zit er achter de site? Wat is het adres en telefoonnummer van de eigenaar? Snuffel in databases met bijzondere administratiegegevens. Leer een bruikbaar profiel opstellen van een website en de eigenaar. Werkwijze: Drie blokken theorie worden afgewisseld met 2 sessies opdrachten. Het eerste blok gaat over welke informatie uit een webpagina gedestilleerd kan worden over de betrouwbaarheid van de site en de identiteit van de sitebeheerder. Na een viertal opdrachten over het eerste onderwerp wordt dieper ingegaan op de gegevens die openbaar zijn van de sitebeheerder. In dit gedeelte komt naar voren hoe het adres, telefoonnummer, e-mailadres en andere gegevens van de site(beheerder) gevonden kunnen worden. Na een drietal opdracht wordt afgesloten met theorie over hoe en met welke middelen een site van een sociale context kan worden voorzien. Samenvatting: Een beknopte, kernachtige samenvatting van deze training verscheen op Internetjournalistiek.be. 1. Over de site Een zoekmachine brengt de internetter in de regel niet direct op een homepage, maar eerder op een lager gelegen pagina. De identiteit van de afzender en de betrouwbaarheid van de getoonde informatie zijn niet direct af te lezen. Een drietal kenmerken helpt bij de beeldvorming over de site: 1. De inhoud
2. Het internetadres 3. Contactinformatie 1. Inhoud Enkel de geschreven inhoud van een webpagina en de getoonde afbeeldingen kunnen al een indicatie geven van de betrouwbaarheid van een site. De website Mabel.web-log.nl zou van Mabel Wisse Smit zijn, een dame met wie de Nederlandse prins Friso hoopt te trouwen. Mevrouw Wisse Smit verzweeg echter een relatie met een Nederlandse drugscrimineel, wat tot politieke rellen leidde. De teksten op de betreffende website zouden afkomstig zijn van Mabel Wisse Smit. Afgaande op de kopij en afbeeldingen is dat niet waarschijnlijk. Vergelijkbare webpagina's zijn gemaakt waarbij koningin Beatrix en prins Friso als afzenders gefingeerd worden: Beatrix.web-log.nl en Friso.web-log.nl. De drie internetadressen blijken een overeenkomstig element te hebben, het zogeheten hoofddomein: web-log.nl. De internetsite Web-log.nl blijkt, door de voorvoegselen Friso, Mabel of Beatrix te vervangen door 'www', een internetdagboekdienst te zijn. Weblog is een veel gehanteerde term voor wat simpel heet een internetdagboek. Internetters kunnen hier anoniem onder een zelf gekozen naam een website maken en onderhouden via een eenvoudig publiceersysteem. De dienst bood half november 2003 aan meer dan 7.600 weblogs een onderkomen. Niet alle weblogs zijn anoniem of per definitie onbetrouwbaar. ![]() (Schermafbeelding
Mabel.web-log.nl)
Een aantal andere internetdomeinen waar (betrekkelijk) anoniem geschreven kan worden zijn sites die onder de volgende internetdomeinen vallen:
Internetters krijgen bij deze webdiensten eigen subpagina's waar ze onbeperkt kunnen schrijven. In ruil voor sch(r)ijfruimte dienen ze webadvertenties op hun pagina's te tolereren waarvan de opbrengsten naar de exploitanten van het top level domein gaan. Een alarmbelletje hoort ook te gaan rinkelen als een internetpagina een tilde (~) bevat aan het begin van de paginanaam. Het betreft in dat geval bijna per definitie geen professionele website, maar een persoonlijke website op het domein van een internetprovider of instelling. Hetzelfde geldt voor internetsites die een adres hebben dat begint met een van de volgende voorvoegselen user/home/members(.[providernaam].[top level domein]/). Voorbeelden:
2. Adres Uit voorgaande alinea bleek dat naast de kopij op een website ook het internetadres zelf informatie over de afzender geeft. De naam voor het top level domein (.nl, .be, .com, .net, .fr, etc.) zegt iets over de naam waaronder de afzender begint is, bijvoorbeeld TNO.nl en RuG.nl. Vergelijk een internetdomein met een harde schijf waar op de C:, de harde schijf, mappen zijn aangemaakt als Mijn Documenten, Mijn Afbeeldingen en Mijn Muziek. In deze mappen zijn vervolgens weer onderliggende mappen aan te brengen, een stap lager in de mappenhierarchie. Een webpagina is altijd het einde van deze hierarchie en heeft meestal de extensie .html of .htm, te vergelijken met .doc of .txt voor tekstbestanden. HTML staat voor Hypertext Markup Language. Om de lokatie van een internetpagina te bepalen ten opzichte van het hoofddomein dient het adres van rechts naar links te worden gelezen. De pagina: is de openingspagina van het jaarverslag over 2002 van TNO, een Nederlands onderzoeksinstituut. Afgaande op de naam van de map 'Jaarverslagen' staan er waarschijnlijk meer jaarverslagen on line. Door ../jaarverslag_2002/ in ../jaarverslag_2001/ blijkt dat inderdaad het geval. Voorts blijkt uit het adres dat de map Jaarverslagen op de identiteitssectie van TNO.nl te staan: 'Wie we zijn'. De pagina http://www.tno.nl/wie_we_zijn/(index.html) zet de identiteit van instituut TNO uiteen. Andere voorbeelden:
3. Contactinformatie De eenvoudigste manier om een sitebeheerder te identificeren, is te zoeken naar siterubrieken als 'Contact', 'Colofon', 'Mediacontacten', 'Over deze site' of 'Pers'. Met name professionele sites beschikken on line over dergelijke rubrieken. Immers, belanghebbenden moeten op eenvoudige en snelle wijze in contact kunnen treden met de persoon of het bedrijf achter de website. In het algemeen geldt: hoe groter de organisatie achter de site, hoe beter deze informeert over zijn contactgegevens en identiteit. De link naar de contactpagina van, bijvoorbeeld, Ilse Media (uitgever van portalen Ilse.nl, Startpagina.nl en Nu.nl) staan gewoon onderaan de homepage op Ilse. Ook bijvoorbeeld Google is niet zo abstract als het bedrijf in eerste instantie wellicht lijkt, het telefoonnummer van het Benelux-kantoor wordt duidelijk op de site vermeld. ![]() (Schermafbeelding
contactpagina Ilse.nl)
Een internetadres biedt niet altijd voldoende informatie om de eigenaar van een internetsite te bepalen. Dat geldt bijvoorbeeld voor sites die gemaakt zijn als onderdeel van een providerabonnement. Internetproviders geven hun abonnees een beperkte hoeveelheid serverruimte om eigen websites op te maken. Deze sites zijn subdomeinen op de server van de provider. De internetklanten krijgen standaard geen eigen top level domein. Een internetadres ziet er ongeveer zo uit: [providernaam].[top level domein]/(...)/[gebruikersnaam-abonnee] [voorbeeld] Het probleem hierbij is dat [gebruikersnaam-abonnee] niet koppelen is aan een natuurlijke persoon. De internetprovider biedt in dit geval ook geen uitkomst. Het is namelijk bij wet verboden klantgegevens te verstrekken aan derden anders dan opsporingsbevoegde authoriteiten. De gebruikersnaam van de abonnee geeft enkel een mogelijke indicatie van de naam van de eigenaar. Zo is het zeer waarschijnlijk dat een directory met de naam (...) /jandevries aan ene Jan de Vries toebehoort. Dat valt echter nooit met zekerheid te stellen. Een e-mailprogramma kan in deze gevallen van dienst zijn. De beste manier om de identiteit van de sitebeheerder vast te stellen, is een e-mail te sturen naar [gebruikersnaam-abonnee]@[providernaam].[top level domein] met een verzoek tot contact. In het geval de sitebeheerder een Hotmail-adres gebruikt is het ook te overwegen het adres toe te voegen aan de MSN Messenger contactlijst om zodoende via het chatprogramma direct contact op te nemen. Opdrachten Deel 1 - Over de site Hieronder treft u 4 vragen aan. Kies een van de eerste drie vragen en tracht ook de vierde vraag te beantwoorden (maar sta er niet te lang bij stil als het niet lukt). Vragen 1 tot en met 3: 1. Via welk
telefoonnummer kunt u contact opnemen met Van Dale Lexicografie? Het
internetadres van het bedrijf is http://www.vandale.nl/.
2. Wat is het e-mailadres van de beheerder van deze persoonlijke website http://httpd.chello.nl/~m.vanveen1/ en hoe verifieert u het e-mailadres? 3. U zoekt het Beleidsplan 2003-2005 van de Stedelijke Integratiedienst (integratie van migranten) van de gemeente Gent. Via een zoekmachine kwam u echter op een Gentse gemeentelijke webpagina met het jaarverslag over het jaar 2002. Kunt u toch het betreffende beleidsplan vinden? De pagina die u via de zoekmachine vond, is de volgende: http://www.gent.be/gent/wonen/migrante/Algemeen/jaarverslag2002/1jv2002.htm Vraag 4: 4.
Het
Hilversumse bedrijf Yeahronimo wil als eerste de Nederlandse markt
betreden met legaal downloadbare liedjes, tegen betaling. U bereidt een
artikel voor over dit onderwerp en zoekt contact met het betreffende
bedrijf. Via welk telefoonnummer neemt u contact op? Het internetadres
van het betreffende bedrijf is http://www.yeahronimo.nl/intro.html.
2. Over de sitebeheerder
Internetgebruikers hoeven niet
per se sch(r)ijfruimte te nemen bij bedrijven die die ruimte gratis ter
beschikking stellen. Een andere optie is een eigen internetdomein aan
te vragen. Belangstellenden kunnen hier in de regel voor terecht bij
hun internetprovider. Daarnaast bestaan er gespecialiseerde bedrijven
die de 'hosting', zoals het huisvesten van een internetdomein heet,
voor hun rekening nemen. Voor een eigen internetdomein met een bepaalde
schijfruimte betaalt men bedragen die varieren van enkele tientjes tot
vele honderden euro's per maand. Een gegeven is over de hele wereld hetzelfde. Zij die een internetdomein aan willen vragen moeten dat domein bij een centrale instelling in een land registreren. Voor ieder landendomein, of dat nu in Nederland, Belgie, Frankrijk of Amerika is, dient men in het betreffende land zijn persoons- en bedrijfsgegevens te geven om een domein te registreren. De databestanden die dat oplevert zijn wereldwijd publiekelijk en gratis toegankelijk via zogeheten Whois-databases. Verslaggevers die de contactgegevens van een sitebeheerder zoeken van een bepaald domein hoeven enkel uit te vinden in welk land het domein geregistreerd is, de suffix bij het hoofddomein verraadt dat lokatie. Enkel de herkomt van internetdomeinen als .com, .net, .gov, .info en .biz zijn niet direct herleidbaar. Deze zijn in de regel via Amerikaanse Whois-databases terug te vinden. Een nationale Whois-database is eenvoudig te vinden. Tik in een zoekmachine 'Whois' en 'domein-suffix' in en een verwijzing naar het nationale Whois-register verschijnt. Een Whois-bestand geeft informatie over de het administratief contactpersoon, degene die de rekeningen betaalt, en het technische contactpersoon, de technicus achter een site. Van beide personen, niet altijd twee verschillende personen, staat naam, adres, fax- en telefoonnummer en e-mailadres on line. Voorts staat helemaal onderaan deze registratiepagina informatie over het internetdomein zelf: wanneer is het voor het eerst aangevraagd en wanneer loopt de registratie af. De DNS-server, die tevens vermeldt wordt, is het adres van de server die het verkeer naar de site routeert. Een DNS-server en een webserver staan in een nauwe relatie tot elkaar. Hieronder treft u verwijzingen naar de nationale Whois-registers van: Tijdens de VVOJ-training werd het internentdomein Martinlutherking.org besproken. Op het eerste oog lijkt deze site een uitgave die zich richt op scholieren en studenten die een werkstuk over de mensenrechtenactivist willen schrijven. Al snel blijkt de informatie op de site niet objectief te zijn. De site is een propagandamiddel voor extreem rechtse groeperingen die haat jegens andere rassen proclameren en King beschuldigen van plagiaat, sexuele escapades en drankmisbruik. ![]() (Schermafbeelding
Martinlutherking.org)
De Whois-gegevens lijken, op het eerste oog, gewist te zijn. Technisch is dit mogelijk, maar het is ongebruikelijk en meestal niet toegestaan door de sitehoster. Helemaal onderaan de Whois-registratie blijkt met welke organisatie Martinlultherking.org een relatie onderhoudt. De site gebruikt de DNS-servers van Stormfront.org, een grote rechts extremistische organisatie in Amerika. De teller onderaan de webpagina Stormfront.org stond half november 2003 op ruim 8,5 miljoen pageviews. De site geniet enige aandacht. ![]() (Schermafbeelding
Stormfront.org)
Tevens werd tijdens de training het voorbeeld aangehaald van de Nederlandse website Binladen.nl. Deze site werd op 11 september 2001 geregistreerd, toeval? Voelspriet.nl legt uit welke Nederlander waarom naast Binladen.nl ook Jihad.nl en Fatwa.nl registreerde. Een tweede voorbeeld, niet aangehaald tijdens de VVOJ-training, is de site Whitehouse.net. Bekijk de site goed, doorloop de contactgegevens en site-informatie alvorens terug te keren naar de homepage. Druk, terug gekomen op de homepage, herhaaldelijk op de functietoest F5 en zie wat er gebeurt met de site. Meer informatie over de werking van DNS-servers en internetinfrastuctuur staat bij Howstuffsworks.com (Engelse site). Opdrachten Deel 2 - Over de sitebeheerder Hieronder treft u 3 vragen aan. Tracht ze alledrie te beantwoorden. Onder de vragen staan enkele hyperlinks die u in uw zoektocht van dienst kunnen zijn. Vragen 1 tot en met 3: 1. Aan het begin van deze training zagen we dat Mabel Wisse-Smit en Koningin Beatrix een eigen site onderhouden op de adressen http://mabel.web-log.nl/ en http://beatrix.web-log.nl/. Via welk telefoonnummer neemt u contact op met de sitebeheerder? 2. We herhalen de vraag over het Hilversumse bedrijf Yeahronimo.nl. Kunt u nu wel het telefoonnummer van het bedrijf vinden? Het internetadres is http://www.yeahronimo.nl/. 3. Sinds enkele maanden zijn de makers van het ooit populaire webtijdschrift deCursor weer actief. Ze lanceerden een webtijdschrift, Speedzone.be, dat zich specifiek richt op internetters met een ADSL- of kabelaansluiting. Die groep kan sneller bestanden zoals filmpjes en muziek downloaden dan internetters die via een reguliere telefoonlijn inbellen. U schrijft voor uw werkgever een artikel over het gebruik van breedbandinternet en zou graag met de beheerders van de site spreken. Op welk telefoonnummer belt u de sitebeheerders? Nuttige links:
3. Over de sitecontext
Een website, en zijn beheerder, krijgen aandacht bij de gratie van het aantal hyperlinks dat ze ontvangen. Met andere woorden iedere website die ook maar iets te melden heeft, bevindt zich in een bepaalde context. Met dit afsluitende blok bieden we enkele hulpmiddelen om de context van een website in beeld te brengen. 1. Een van de eenvoudigste manieren is aan een zoekmachine te vragen wie naar een site linkt. Voor Google, bijvoorbeeld, is het specifieke commando hiervoor: link:[sitenaam].[top level domein]. Concreet: Wie linkt naar Stormfront.org (let op het zoekcommando)? 2. Alexa.com is een dochterbedrijf van Amazon.com dat op basis van verkeersgegevens websites analyseert en ze met elkaar vergelijkt. Zo weet de webdienst welke sites Telegraaf.nl-lezers ook graag bezoeken, maar kan Telegraaf.nl ook vergeleken worden met NRC.nl. Een actueel voorbeeld is de vergelijking van internetcampagnes van Amerikaanse politici die een gooi willen doen naar het presidentsschap in 2004. VS-president Bush is op internet in geen velden of wegen te bekennen, de populairste webcampagne voert momenteel oud-gouverneur Howard Dean, gevolgd voor oud-generaal Wesley Clark. 3. Eerder in deze training werd gesproken over weblogs, internetdagboekjes. Een praktische weblogzoekmachine is Feedster.com. In tegenstelling tot Google indexeert Feedster meerdere malen per dag het webaanbod weblogs. Google wijzigt zijn zoekindex een keer per maand. Deze link illustreert de werking van Feedster aan de hand van de zoekopdracht 'Balkenende', wat ruim 1.100 berichten op weblogs (en enkele nieuwssites) oplevert. Nuttige links: |
E-mail commentaar en aanvullingen, 18 november 2003